Tussen trainee en doorgewinterde ambtenaar

Daar zit ik dan. Niet langer ‘de verse trainee’, maar ook nog lang niet ‘de doorwinterde ambtenaar’. Mijn traineeship nadert zijn einde. En terwijl ik dit schrijf, tussen de grote A0-gedrukte elektriciteitsplannen en verdwaalde lantaarnpalen van de verkeerkamer, reflecteer ik op de reis die de chaos van het starten aan het werkleven heet. En haal ik onder mijn laatste mailtje toch alvast even die functietitel ’trainee’ weg. 

 

Bijna twee jaar geleden begon ik als trainee bij De Toekomst van Brabant, gewapend met niets meer dan een diploma, minimale werkervaring en een dosis idealisme. Het zou een reis van zelfontwikkeling worden. Maar zoals elke reiziger al snel leert zodra je de grens overgaat bij België: wegen zijn niet altijd comfortabel en hobbels en kuilen niet altijd zichtbaar. Eindeloos gemummel over terminologie en ongeschreven regels van bureaucratische etiquette; een zoektocht naar mijn geduldige ‘ik’ als ambtenaar en mijn grenzen als werkende mens. 

 

Werken binnen de overheid betekent ineens het vieren van kleine overwinningen, zoals het doorbreken van weerstand tegen het onbekende. Een gevecht tegen inefficiëntie en de zucht naar vernieuwing, binnen een organisaties en haar vaste politiek-ambtelijke structuren. En dat terwijl jij toch ‘die trainee bent die frisse wind komt brengen?’. Gelukkig betekent werken bij een overheidsinstelling je ook begeven tussen bergen kennis, intrinsiek gemotiveerde mensen en direct bijdragen aan actuele maatschappelijke opgaven. De ambtenarij bleek ook sexyer dan de meeste stigma’s doen geloven: er bleek ruimte voor humor, toevalligheid en pragmatisme. Trainees bleken toch niet de enige met een gerafelde, baggy jeans en dad-sneakers. Voor je dagelijkse havercappu kan je dus gewoon terecht bij de huisbarista van het provinciehuis. En woorden als ‘bila’ mag je gerust vervangen door ‘koffietje’.  

 

Maar ook buiten de onderdompeling in de ambtelijke wereld, hadden we ook nog ons eigen TVB-nestje. Binnen deze mysterische bubbel doorging ik samen met 22 andere trainees de reis van zelfontdekking. Hier leerde ik mezelf te omarmen in plaats van te verbloemen. Talentgericht werken gaf ineens enorme ademruimte en leerde me de charme in te zien van die kanten die me ooit met onzekerheid overspoelden. Ik leerde over mijn rode en gele kleuren en analytische denkkracht. Leren floreren in chaos en beseffen dat het oké is om soms andermans talent op slagkracht in te schakelen als ik door mijn hoofd vol ideeën even niet weet waar te beginnen. En dat alles niet langer als de naïeve idealist, maar als de pragmatische vernieuwer die begrijpt dat veranderingen in een politieke organisatie en in een gespannen maatschappij tijd kosten. 

 

En hier zit ik dan, als een struisvogel zonder kop, al scrollend te staren naar vacatures. Ineens heeft mijn traineeship zo goed als een kop én een staart. Alle opties liggen ineens weer open, recruiters die je benaderen. Spannend, opwindend, maar evengoed een overdaad aan mogelijkheden. Hoe ga ik me hier in godsnaam toe verhouden? Blijf ik binnen die kneuterige gemeente vol gezellige eenpitters, zoek ik mijn weg terug binnen de grijze provinciebunker of spreekt juist de scope van ministeries me meer aan?  En ben ik nou het liefst een wijze specialist of die verbindende generalist? Bijt ik mij liever vast in één interessant beleidsveld of heb ik die steeds veranderende, integrale omgeving toch structureel nodig? Of is dit juist hét moment om mijn backpack nog eens van onder het stof uit te halen? 

 

Terwijl het gezond is dat een rol als trainee ergens eindigt, is het ook opnieuw het einde van een fijn hoofdstuk. Het is soms verdomd veilig om achter de onschuld van een trainee te schuilen, met tegelijkertijd de springplank naar oneindig veel mogelijkheden. Toch haal ik mijn functietitel ’trainee’ onder mijn mails inmiddels vaak het liefste weg. Ben ik klaar om mijn emailhandtekening voorgoed te veranderen? Ik denk het wel. Maar weet ik wat er dan wel in de handtekening moet komen te staan? Dat niet. Maar wat mijn vervolgreis ook mag zijn, hobbelig mag het blijven. Ditmaal alleen met een stukje meer zelfvertrouwen en vastberadenheid. Klaar om de complexe wereld die ik zo nodig wilde begrijpen en veranderen, met zowel richting als een beetje dwalend in te wandelen.

 

Door Luna Heuperman