Te biecht

Trainee Eef Berends schreef een kort verhaal n.a.v. het groepsproject “De overheid van de toekomst”

 

Hoewel er geen weesgegroetjes aan te pas kwamen, viel er een last van haar schouders. Ze had het zich eigenlijk ook wat anders voorgesteld. Als je eenmaal het masker van een werknemer hebt opgezet, lijkt er minder tot het gevoel door te kunnen dringen. Op zondagavond een Tegenlicht aflevering kijken voelt nog als ontspanning en lijkt een logische manier om op maandag met verse zin de wereld te gaan veranderen. En al was het niet veranderen, dan allicht een beetje mooier maken. En als het dan niet mooier is, dan zeker efficiënter. Al moest ze daarvoor van 9 tot 10 altijd twee koppen koffie drinken, waarvan ze dan minstens een keer naar het toilet moest.
Maar deze keer was het een dinsdag, of een donderdag. Inmiddels wist ze niet meer goed wanneer het was geweest. Ze wist wel dat het op een doordeweekse dag was geweest, want dat zijn de dagen dat je niet verwacht echt geraakt te worden. Geraakt worden doe je immers in het weekend. Op yogaretraite, tijdens een food festival of tijdens het twee-wekelijkse bezoek bij je ouders op de boerderij.
Ze was die dag vertrokken met een knoop in haar maag. Ze wist niet goed waar deze vandaan kwam, maar zoals veel van dat soort knopen, had ze er last van. Ze dronk twee koppen koffie, een zwarte en een met waterig cappuccino-schuim. Die waterige had ze van een collega gekregen die ’s ochtends iedereen een warme drank gaf, maar steeds vergat te onthouden wie wat wilde drinken. In haar agenda had ze ingepland dat ze een reistijd van ongeveer een uur had, deur tot deur. Dat was gebaseerd op 9292ov. Ze had nu echter de auto mee, dus werd die reistijd een half uur minder. Dan had ze ineens meer tijd om te eten, of zouden er hapjes op de locatie zijn. Ze besloot toch onderweg wat te halen, die hapjes werden altijd gekaapt door de meest gehaaiden. En hoewel ze thuis altijd als allereerste opschepte, vond ze dat tijdens werktijd toch ongepast.
Met een smoothie en een saucijzenbroodje achter de kiezen kwam ze aan op de locatie. Het was maar goed dat deze auto een up to date navigatiesysteem had want anders had ze deze oude fabriekshal nooit gevonden. Ze rookte nog even snel een sigaret op het stoepje voor het gebouw, deed een Stimorol in haar mond en liep naar binnen.
Ze was amper de drempel over of ze werd al aangeklampt door een man met wie ze vijf jaar geleden gewerkt had. Hij had er zin in. Zonder haar ook iets aan te bieden, pakte hij een gevuld ei van de schaal en sprak met volle mond over de inspiratie die hij vandaag op zou doen. Ze slikte haar kauwgom door, lachte als een volleerd netwerker en stemde in met zijn open houding.
In de verte hoorde ze het geroezemoes van wat jonge mensen. Dat soort geroezemoes klonk altijd net wat anders dan dat van haar leeftijdsgenoten. Wat hoger, wat gejaagder, maar vooral wat minder gemaakt. Ze zag een jongen van een jaar of 25 naar een rode kast lopen. Was het wel een kast? Of meer een hok. De oud-collega begon inmiddels over de reis die hij vijf weken geleden had gemaakt naar Bali, waar hij zo veel inspiratie had opgedaan. Hij kon niet wachten om deze in de praktijk toe te passen. Ze knikte en zei dat ze naar het toilet moest. Daar eenmaal aangekomen waste ze haar handen, keek even in de spiegel of er geen spinazie uit de smoothie tussen haar tanden zat en liep naar buiten.
Ze keek in de richting van het rode hok en zocht de 25-jarige jongeman. Hij stond inmiddels iets uit te leggen aan een wat kleinere vrouw. Ze haalde bij de bar een kop muntthee, liep zelfverzekerd naar
het rode hok en werd ineens aangesproken door een andere jongen. Hij leek wat ouder dan die jongen die haar was opgevallen, maar had een jeugdige blik in zijn ogen. ‘Mevrouw, zou u bij mij willen biechten?’, vroeg hij enthousiast. De knoop in haar maag begon een beetje te knorren. Ze schrok van haar eigen reactie. De jongen met de jeugdige blik bleef haar aankijken en begon zijn vraag toe te lichten. ‘Wij hebben ons het afgelopen jaar verdiept in de toekomst. De toekomst van Brabant en de toekomst van ambtenaren.’ Ze vond dat hij net iets te enthousiast was over zijn eigen vraag, maar was daar ook lichtelijk jaloers op. Ze negeerde de knoop in haar maag, keek vanuit haar ooghoeken naar de 25-jarige op de achtergrond en knikte.
‘Loopt u maar mee, mijn mede-trainee gaat met u de biecht doen. Kent u trouwens het traineeship?.’ Ze zweeg en keek hem aan. Hij zweeg ook en keek haar aan. Ze dacht dat hij verder ging, maar hij bleef haar veelbelovend aan kijken. Ze schudde haar hoofd, eigenlijk had ze niet echt gehoord wat hij vroeg. ‘Ik ben trainee bij De Toekomst van Brabant, een traineeship van de overheid met een uitgebreid opleidingsprogramma. Deze biechtstoel is een van de projecten. We hebben hem met een hele groep trainees gemaakt.’ Ze merkte dat ze wat beter ging luisteren. Ze werd nieuwsgierig. ‘Oe, de stoel is al vrij,’ zei de jongen. Hij leidde haar naar binnen door een roodfluwelen gordijn aan de kant te doen.
Ze ging zitten op een grijs bankje dat ietwat te laag was. Haar benen sloeg ze over elkaar heen. Zo ging het net. ‘Hallo’ klonk een stem aan de andere kant van de plaat. Het hok was opgedeeld in twee delen. ‘Hallo’, antwoordde ze. ‘Je mag de koptelefoon opzetten, de ipad pakken en op play drukken.’ Ook dit was een mannenstem, maar klonk wat rustiger dan die van de jongen die haar had aangesproken. Ze deed wat hij haar vertelde en hoorde een stem, een vrouwenstem deze keer.
‘In een wereld waar technologisch alles kan, welke keus maak jij?’ De beelden vlogen voorbij. Ze zag plastic soep, een gek gebouw, een Netflix serie met een soort aliens en een jongetje dat wel heel veel leek op het zoontje van haar nicht. De vrouwenstem stelde nog meer vragen. Hoewel de vragen nogal confronterend waren, werd ze wel rustig van de stem. Na twee minuten was het beeld op de ipad weer zwart. Ze wachtte nog even of er nog wat nieuws kwam en zette toen de koptelefoon weer af.
De rustige mannenstem zei iets tegen haar. ‘Sorry, kun je dat nog een keer zeggen. Ik ben er niet helemaal bij’, zei ze. ‘Natuurlijk.’ Hij zweeg even en vroeg ‘wat maakte de meeste indruk?’. ‘De stem’, antwoordde ze. ‘En wat ze zei, wat ze vroeg.’ ‘Kun je antwoord geven op een van de vragen?’ ‘Nou, dat weet ik eigenlijk niet. Het waren allemaal vragen die ik mezelf eigenlijk nooit stel. Maar ik wil er wel heel graag over praten. Maar ik weet niet zo goed hoe’, verzuchtte ze. ‘Sorry, ik ratel een beetje.’ Ze hoorde de jongen glimlachen. ‘Ik begrijp het helemaal’, zei hij. ‘De dingen waar we heel graag over praten, zijn soms de ingewikkeldste. Het stomste is om het dan helemaal maar niet te doen.’ Zijn stem had een zalvend effect. ‘Elke keer dat ik iets zie wat ik niet begrijp, wil ik het of tot op de bodem uitzoeken of net doen of het niet bestaat. Dat lukt me dan allebei niet en dan word ik er mismoedig van. Soms wou ik dat ik naar een mis kon, waarin een pastoor het me allemaal uitlegt.’ Terwijl hij sprak dacht ze aan de wekelijkse kerkbezoeken uit haar jeugd. ‘De wereld hoef je niet in je eentje te begrijpen, zolang je maar open staat om de mensen in die wereld te willen begrijpen.’
Ze waren samen even stil. Ze hoorde de andere jongen om de biechtstoel heen schuifelen om kenbaar te maken dat er een nieuwe gegadigde was. Ze stond op, mompelde ‘dankjewel en succes’ en ging de biechtstoel weer uit. Ze voelde zich herboren en met een zuiver gemoed liep ze de zaal weer in. Toen de 25-jarige jongen naar haar keek, knipoogde ze.