Nummer 25

Blindengeleidehond Puck is nummer 25 van de groep. In deze blog lees je hoe zij het traineeprogramma beleeft 🙂

 

Nummer 25

Ik zal me eerst even voorstellen: ik ben Puck, zes jaar, blond, nummer 25 van de groep.
Mijn voornaamste werkzaamheden bestaan uit knuffelen met de andere
trainees. O ja en mijn baas begeleiden, ik ben namelijk de blindengeleidehond van Nanne. Voor mij is er ook veel veranderd sinds september 2018. Zoals elke ochtend wilde ik netjes de deur van het kantoor in Den Bosch aanwijzen, waar Nanne al anderhalf jaar werkte. Maar ineens was dat niet meer nodig, we gingen voortaan in een bus, richting het provinciehuis. Ook leuk hoor, een groot gebouw. Kan ik lekker hard werken, Nanne overal omheen sturen. Poortjes, trappen, liften, lege werkplekken aanwijzen, dat soort dingen doe ik. En hier zijn gelukkig ook collega’s die het geen probleem vinden om me van de nodige aandacht te voorzien.

Koeien

Voor de opdracht van mijn baas gingen we regelmatig de boer op, letterlijk. Loop je ineens niet meer tussen de ambtenaren, maar tussen de koeien en kippen. Ik bleef netjes werken. Dat lukte me wel, tot er een stier de aanval op mij opende. Hoppa, wegwezen hier! Met baas en al, want die zit nou eenmaal aan me vast. Op die boerderijen kun je ook vergaderen, vaak boven de stal. Met een trap omhoog. Geen probleem, tenzij hij van die gekke gaatjes heeft waar ik precies mijn nagels in kan scheuren. In dat geval krijg ik vliegles in de armen van mijn baas.

De laatste dag bij de provincie gingen we koeknuffelen, als afscheid. Dat begrijp ik echt niet: ík ben om te knuffelen. Koeien, daar moet je hard achteraanrennen als ze in een wei staan. Of je moet uit hun buurt blijven, ze zijn best groot en lomp namelijk. Gaan ze die beesten knuffelen en ik mocht niet eens mee de wei in…

Iedereen is gelijk

Je hebt van die mensen waar iedereen netjes tegen doet: directeuren, de Commissaris van de Koning en gedeputeerden. Dat soort mensen. Niets voor mij, ik doe even gezellig tegen iedereen. Dus als ze mij aandacht willen geven, dan rol ik me voor hen op de rug. Spring tegen ze op, o nee dat mag niet en doe ik echt bijna nooit. Schud ik me naast hen uit en lik ik hun handen eens even goed schoon. Moet kunnen toch?

Nieuwe plek

Sinds mei hebben we een nieuwe werkplek, de gemeente ‘s-Hertogenbosch.
Weer een nieuw groot gebouw. Na een paar dagen weet ik de weg en breng ik Nanne overal braaf naar toe. De eerste dag heeft ze me geleerd waar de wc-deur is en waar thee gehaald kan worden. Die eerste dagen laat ik haar zien dat ik dat goed onthouden heb, ook ongevraagd wijs ik dan de wc-deur aan. Moet je hier zijn baas? Nee, o nou dan niet. Ik vond het net zo leuk hier, gisteren was je erg blij toen ik deze deur aanwees. Inmiddels doe ik dat enkel nog als ze het vraagt, want kennelijk hoeft ze niet de hele dag te plassen.

Als ik zelf moet plassen, moeten we best een stukje lopen. Bij de provincie kon ik tussen de middag lekker een rondje om de Zuiderplas heen rennen en spelen. Nu midden in de stad zijn we blij met een beetje groen. Ik vind het verder wel leuk in de stad, dat is keihard werken. ‘s Morgens vroeg wordt er bijvoorbeeld veel geladen en gelost. Het is altijd druk in het centrum van Den Bosch, maar ik laat Nanne natuurlijk nergens tegenaan lopen.

Klooster

Sommige dagen gaan we niet richting werkplek. Dan gaan we meteen thuis al de andere kant op, richting bos. Dan is het of weekend of Biezenmorteltijd. In dat laatste geval wachten we na de boswandeling bij de parkeerplaats waar een auto vol collega-trainees stopt en wij mogen instappen. Dan komen we bij het oude klooster. Ook al hard werken, want daar hebben ze lange gangen, veel opstapjes die ik moet aanwijzen en natuurlijk een roedel van 24 die ik moet volgen. Nanne en haar collega’s zitten hier in training. Voor mij meestal tijd om lekker bij te slapen. Maar bij sommige onderwerpen slaap ik niet zo, dan moet ik ze allemaal goed in de gaten houden. Er is dan spanning in de groep, emotie, opwinding of alle drie tegelijk. Ik begrijp dat niet zo goed en vraag maar wat extra om aandacht. Volgens mij kunnen ze mijn aandacht dan in ieder geval goed gebruiken. Tussendoor gaan we vaak even met een aantal wandelen in de kloostertuin. Heerlijk, kan ik alles wat ik oppik deze dagen even loslaten en eruit rennen. Lekker spelen en snuffelen en stiekem als mijn baas niet oplet, ga ik mee voetballen met de jongens. Ben ik heel goed in!