De (wrange?) vruchten van Artificiële Intelligentie

Een paar weken geleden was ik aan het chatten met een online vriend uit Spanje die ik heb ontmoet tijdens de coronapandemie. Na elkaar een tijdje niet gesproken te hebben, raakten we over van alles aan de praat en uiteindelijk bewoog het onderwerp zich richting Artificiële Intelligentie (AI). Hierop zei ik dat ik het handig vond en het ook regelmatig benutte, maar dit schoot bij hem compleet in het verkeerde keelgat. Hij was van mening dat AI banen afpakte, waardoor het ethisch onjuist was en we ons er allemaal tegen moesten verzetten. Omdat ik merkte dat het gesprek verhit begon te worden besloot ik even iets anders te gaan doen, waarop ik er een half uur later achter kwam dat hij me had geblokkeerd.

Zijn afkeer tegen AI, en mij zelfs blokkeren omdat ik er anders over dacht, verraste mij enorm. Als het in mijn omgeving over AI gaat, ziet eigenlijk iedereen de voordelen ervan en wordt het vaak wel op een manier gebruikt. Het is niet zozeer de vraag óf je AI gebruikt, maar wáárvoor je AI gebruikt en hóe je dit dan het beste kan doen. Zelfs de ambtenarij, die toch naam heeft traag te zijn met innovaties, staat gebruik van AI meestal toe.

Het verschil in opvattingen over AI tussen mijn eigen omgeving en de Spanjaard zette me aan het denken. Word ik te veel beïnvloed door egoïstische pluspunten van AI, en vergeet ik degenen die hun banen erdoor verliezen? Of was de reactie van de voormalig Spaanse amigo overdreven, en is het allemaal niet zo ingrijpend als hij beweert?

Omdat ik niet met deze vragen wilde blijven zitten, besloot ik op onderzoek uit te gaan. Hoewel ik me besef dat impact van AI verder gaat dan alleen de arbeidsmarkt – bijvoorbeeld milieu, media en mentale gezondheid – heb ik mijn onderzoek beperkt tot de arbeidsmarkt. Door ouderwets hierop te Googelen kwam ik veel artikelen tegen die de impact van AI op de arbeidsmarkt onderzochten. Er zijn wat kritische geluiden, zo stelt De Volkskrant dat er inderdaad minder banen zijn voor junior ICT’ers met een mbo-opleiding door de opkomst van AI. Echter lees ik vooral optimisme; Bijvoorbeeld een onderzoek van het World Economic Forum wat concludeert dat in de meeste sectoren banen zullen veranderen in plaats van verdwijnen. Ook hoogleraar “Arbeidsmarkt” aan de Universiteit van Tilburg, Ton Wilthagen, voorspelt dat AI kansen biedt: “AI kan nieuwe banen en functies creëren en leiden tot meer vraag naar producten en diensten. En daarmee ontstaat er ook weer meer vraag naar menselijke arbeid in nieuwe functies.”

De conclusie lijkt duidelijk: AI verandert de arbeidsmarkt, en in bepaalde sectoren zullen er banen verdwijnen, maar netto zal het er op vooruit gaan. Het afpakken van banen, zoals de Spanjaard zo stellig beweerde, lijkt “dus” mee te vallen. Nu kan ik heel kort door de bocht tevreden zijn met de netto-stijging en mijn onderzoek hier afsluiten, maar dat zit me toch niet lekker. Mijn overheids-data-trainee-zelve is op zoek naar een stukje maatschappelijke context om het probleem beter te begrijpen. Lopen alleen junior ICT’ers hun banen mis? In welke sectoren is er een daling en wat hebben deze sectoren gemeen? Vinden zij wel iets anders, of ontstaan er serieuze problemen als beleid niet meebeweegt?

Om deze laatste vragen te kunnen beantwoorden kwam ik terecht bij een analyse van het Centraal Planbureau (CPB) omtrent technologie, de arbeidsmarkt en de rol van beleid. Zij erkennen dat er al sinds de Industriële Revolutie (~1800) discussie rondgaat over technologische vooruitgang en de gevolgen ervan. In deze discussie staat de vraag “Is de welvaart die het oplevert belangrijker dan de banen en taken die ervoor verloren gaan?” centraal. Het CPB concludeert, niet-verrassend, dat vooral taken die door een computer gedaan kunnen worden zullen vervallen. Dit zou vooral de midden-beroepen, zoals boekhouders en logistiek medewerkers, treffen. Daarentegen ontstaan er slechts bij de hoogbetaalde beroepen, zoals onderzoekers en managers, nieuwe taken en mogelijkheden door nieuwe technologie. De laagbetaalde beroepen, zoals pedagogisch medewerkers en personal trainers, profiteren vooral indirect: de vraag naar persoonlijke dienstverlening neemt toe door een stijging van welvaart.

Dit laatste onderzoek erkent wederom dat bepaalde banen zullen lijden onder technologische verandering, waarbij andere zullen groeien. Echter zie ik twee cruciale verschillen vergeleken met de eerdere artikelen:

  1. We praten niet meer over verschillende sectoren, maar over verschillende arbeidsgroepen.
  2. Met name de hoogbetaalde arbeidsgroepen profiteren direct van nieuwe technologie.

Het probleem zit dus niet in dát er banen verloren gaan, maar dat slechts een beperkte groep, die het financieel toch al goed heeft, direct profiteert. In een wereld waar we toch al waakzaam (moeten) zijn voor polarisatie, dreigen dus ook technologische ontwikkelingen en AI bij te dragen aan het verdelen van de samenleving. Het feit dat de Spanjaard – die rijken ziet profiteren terwijl hij AI niet wil of kan gebruiken – mij blokkeert is het confronterende bewijs.

Alhoewel het in de eerste instantie moeilijk was om iets negatiefs te vinden over de wisselwerking tussen AI en de arbeidsmarkt, heb ik met bovenstaande vondst uiteindelijk toch wel iets zorgwekkends ontdekt. Maar, betekent dit dat we zijn verdwaald in de wonderwereld van (een polariserend) AI? Volgens het CPB in ieder geval niet: In Nederland is de polarisatie klein, en er zijn beleidsmatige mogelijkheden om samenwerking tussen werkenden en technologie te verbeteren. Het CPB adviseert dan ook om in beleid aandacht te besteden aan technische vaardigheden in onderwijs, leven lang leren te stimuleren en te blijven investeren in nieuwe technologieën terwijl we waken voor over-automatisering.

Door me een weg te banen langs impact (geblokkeerd worden), cijfers (netto-groei van banen) en maatschappelijke verschillen (tussen arbeidsgroepen), is mij vooral duidelijk geworden me vooral duidelijk dat AI mensen ongelijk raakt. Alhoewel we in Nederland vooral nog de vruchten plukken van AI, is het niet vanzelfsprekend dat dit zo blijft. Om technologische polarisatie te voorkomen, zullen we beleidsmatige kansen moeten blijven creëren en aanpakken. De vruchten zijn nog niet wrang, maar om dat zo te houden moeten we ervoor zorgen dat niemand achterblijft op de weg naar de toekomst.

Door: Roel Kuijpers

 

Bronnen

“AI verandert banen, maar laat ze niet verdwijnen” | Nationale Vacaturebank

In 2030 neemt AI werk grotendeels over: slechts een derde blijft mensenwerk – Universiteit van Amsterdam

Minder banen voor junior ICT’ers met mbo-opleiding door opkomst van AI | de Volkskrant

prof. dr. Ton Wilthagen | Tilburg University

Technologie, de arbeidsmarkt en de rol van beleid | CPB.nl