De kilometers die niemand ziet
In aanloop naar de marathon van Eindhoven zag ik tijdens mijn rustige duurloop een parallel tussen hardlopen en het zomerreces.
Als hardloper weet ik dat het geheim van vooruitgang geen spektakel is. Bij wedstrijden, persoonlijke records en bepaalde trainingen voel je dat alles samenkomt. Maar daaraan gaat het werk dat je levert vooraf. Het grootste deel van dat werk bestaat uit rustige kilometers. Dat is helaas geen spannend geheim.
Hardlopen leerde me omgaan met verveling. Tijdens een lange duurloop komt er altijd een moment waarop de concentratie ver te zoeken is. Maar hoewel de finish soms nog ver weg is, blijf je doorlopen. Niet omdat het altijd zo leuk is, maar omdat je weet waarvoor je het doet. Daarvoor heb je discipline nodig: de discipline om te doen wat nodig is. Soms versnellen, soms vertragen en soms helemaal niet lopen.
Tijdens het zomerreces, in juli en augustus, lijkt het tempo ook in gemeenteland te dalen. Agenda’s zijn nagenoeg leeg, overleggen vervallen of worden verkort en de automatische afwezigheidsmeldingen stromen je mailbox binnen. Daardoor kan het voelen alsof het werk even stilstaat. Maar stilstand is niet hetzelfde als nietsdoen.
In mijn trainingsschema voor de marathon van Eindhoven is een rustdag minstens zo belangrijk als een zware intervaltraining of een lange duurloop. Tijdens het lopen geef je je lichaam een trainingsprikkel. Tijdens het herstel verwerkt je lichaam die prikkel, past het zich eraan aan en word je uiteindelijk beter.
Eliud Kipchoge verwoordde het treffend: ‘soms neem ik echt rust om mijn hoofd weer tot bedaren te laten komen. Vervolgens bouw ik het stap voor stap weer op.’ Ook voor een van de beste marathonlopers aller tijden is rust dus geen onderbreking van de voorbereiding, maar een wezenlijk onderdeel ervan.
Misschien werkt het in gemeenteland ook zo. Er zijn periodes waarin deadlines, vergadering en besluitvorming elkaar in hoog tempo opvolgen. Dat geeft energie, maar laat weinig ruimte om afstand te nemen en te checken of iedereen nog wel de juiste dingen doet. Het zomerreces is daarom juist meer dan alleen een rustige periode. Het biedt de gelegenheid om losse gedachten uit te werken, achterstallige klussen op te pakken of simpelweg even gas terug te nemen.
Als trainee merk ik hoe verleidelijk het is om vooral vooruit te willen: een nieuwe opdracht, meer verantwoordelijkheid en nieuwe ervaringen. En dat het liefst zo snel mogelijk. Hardlopen herinnert mij er echter aan dat ontwikkeling zich niet laat forceren. Je kunt een lange afstand niet verkorten door harder te lopen. En als je dat wel doet, betaal je later de prijs.
Uithoudingsvermogen bouw je door intervallen, rustige kilometers en herstel af te wisselen. Ook in je werk moet je op drukke momenten doorzetten, maar ook accepteren dat niet iedere periode spannend of zichtbaar hoeft te zijn. Rust hoeft namelijk niet meteen iets op te leveren om toch waardevol te zijn.
Misschien is dat wel de mooiste overeenkomst tussen hardlopen en werken voor een gemeente. Het gaat niet om één specifieke training of één drukke periode die bepaalt waar je uitkomt. Het gaat erom dat je betrokken blijft, je tempo bewaakt en weet wanneer je moet doorzetten, vertragen of herstellen.
Uiteindelijk bereik je de finish niet ondanks die rustige kilometers, maar dankzij die kilometers.
Door: Max Speeckaert
