Het bijstellen van beelden

01-05-2017

Trainee René Deelen heeft in zijn eerste acht maanden als trainee aardig wat beelden moeten bijstellen...

‘Public affairs? Maar dat is toch gewoon ordinaire lobby?’ Toen familie en vrienden hoorden dat ik me tijdens mijn eerste traineeplek bij de gemeente Tilburg bezig ging houden met public affairs, waren de reacties op zijn zachts gezegd sceptisch. Ik kwam er al snel achter dat de termen ‘public affairs’ en ‘lobby’, absoluut geen goede beelden opriepen in mijn omgeving. En als ik heel eerlijk ben; bij mijzelf aanvankelijk ook niet. Bij het woord ‘lobby’ dacht ik aan van die gladde mannetjes in Italiaanse maatpakken, die met het haar strak in de olie bewindslieden meenemen naar de skybox tijdens Ajax-PSV, om ze er vervolgens van te overtuigen dat roken toch echt niet zo ongezond is als iedereen altijd zegt en dat de olie-industrie toch eigenlijk een heel wezenlijke rol in de samenleving speelt. De moed zonk me in de schoenen: Ik heb helemaal geen Italiaans maatpak, voetbal interesseert me niet en ik ben te kaal om olie in mijn haar te kunnen verantwoorden.

Al na de eerste week werken bij de gemeente Tilburg kwam ik erachter dat mijn aanvankelijke beeld van wat ‘lobby’ is niet klopt, of dan ten minste bijzonder onvolledig is. Hoewel het woord naar mijn idee nog altijd besmet is, is lobbyen in de praktijk een bijzonder wezenlijk onderdeel van het Nederlandse politieke systeem. Want lobbyen is in feite niets meer en niets minder dan een poging wagen de politiek jouw kant op te doen bewegen. En natuurlijk gebeurt dit ook door tabaksfabrikanten en oliegiganten, met doelstellingen die lang niet altijd om het gemeenschappelijke goed draaien. Maar het alom bejubelde zorgmanifest van Hugo Borst en Carin Gaemers is net zo goed een vorm van lobby. Hetzelfde geldt voor de optredens van Freek de Jonge bij De Wereld Draait Door, waarin hij opkomt voor de belangen van Groningers wiens huizen zijn ingezakt door de gasboringen. Lobby is een middel, een methode, die in een politiek systeem als het onze, waarin consensus koning is, absoluut onmisbaar is. Dat ook de ‘bad guys’ gebruik maken van dit middel, doet hier niets aan af. (voor wie dit onderwerp interessant vindt, kan ik van harte het boek Lobbyland van Volkskrant-journalisten Ariejan Korteweg en Eline Huisman aanraden.)

En dit ondervond ik aan de eerste hand bij de afdeling Strategie en Control van de gemeente Tilburg. Zo hielp ik onder andere mee aan trajecten om extra geld binnen te halen voor de bestrijding van drugscriminaliteit en ondermijning, alsook aan een traject om de gemeente meer verantwoordelijkheid over vluchtelingen te geven zodat er eerder en beter aan goede opvang en integratie kon worden gewerkt. Mooie doelen dacht ik zo.

Ik moest mijn beeld van lobby dus bijstellen. En dat is niet het enige beeld dat niet accuraat bleek te zijn. Ook ik was aanvankelijk niet vreemd van de vooroordelen die bestaan over luie ambtenaren, logge bureaucratieën en onbeweegbare overheden. Ook deze ideeën bleken ofwel onjuist, ofwel bijzonder onvolledig. Natuurlijk kunnen bureaucratieën wel eens log zijn en kan een overheid onbereikbaar en onwrikbaar lijken (en dat bij uitzondering ook zijn), maar ik ben er in de afgelopen acht maanden van overtuigd geraakt dat het stereotype van ‘de luie ambtenaar’ niet klopt. Ik werd continue verrast door het enthousiasme van mijn collega’s, door hun drive en hun oprechte wil om iets moois te doen voor hun gemeente, waarvoor ze zich geen enkele moeite spaarden. Deze inspanningen blijven voor een groot deel uit het zicht van de gemiddelde burger, maar dat betekent absoluut niet dat ze minder waard zijn. Weer een beeld bijgesteld.

Gedurende de eerste acht maanden van het traineeship zouden er nog vele beelden worden bijgesteld, in 90% van de gevallen in positieve zin. Om er zo maar even een paar te noemen:

  • Over de daadwerkelijke praktijk van de politiek (de theorie uit mijn master Politiek en Parlement bleek maar het halve verhaal te zijn)

  • Over het nut van persoonlijke ontwikkeling en alle trainingen die je als trainee ontvangt (zelfs de zang- en dansworkshop)

  • Over hoe gezellig een klooster kan zijn (mits je het klooster voorziet van 49 trainees en een open bar)

  • Over hoe ongelofelijk divers werken voor de overheid kan zijn (ik herinner mij een dag dat ik ’s ochtends bij de wethouder zat om een nieuw monitorsysteem te introduceren, ’s middags een Rotterdamse fractievoorzitter interviewde voor een onderzoek en ’s avonds een academische conferentie over vluchtelingen in Den Haag bijwoonde).

  • Over de absurde hoeveelheid borrels waar je als trainee voor wordt uitgenodigd (het is helemaal geen absurde hoeveelheid, maar gewoon een goede hoeveelheid).

  • Over hoe belangrijk de mede-trainees op den duur voor je worden (hier ontkom je niet aan).

Ik ben bijzonder benieuwd welke beelden ik de komende acht maanden bij mag gaan stellen.